Je hebt voor iemand iets goeds gedaan, je hebt hem bijvoorbeeld geld gegeven. Maar op een dag vind je dat hij je hulp niet verdiende en je gaat aan iedereen vertellen wat je voor hem gedaan hebt, dat hij niet eens beseft wat je voor hem deed, enz... Waarom vertel je dit allemaal? Als je overal gaat klagen en spijt hebt van het goede dat je gedaan hebt, vernietig je dat goede. Boven stond genoteerd dat je beloond moet worden, maar door zo te handelen, wis je je goede daad uit.

Leer dus je ogen een beetje te sluiten en vergeef, want zo groei je. En bovendien zal hetgeen jij op die manier verloren hebt, je later honderdvoudig teruggegeven worden. Wat men je ook aandoet, probeer je niet te wreken, maar wacht tot de hemel zich ten gunste van jou uitspreekt, wat vroeg of laat beslist zal gebeuren.

Zie ook ‘Spiritueel leven – 115 gouden regels’, Izvor 227, p. 101, 104.