Als je aandachtiger zou zijn, als je meer onderscheidingsvermogen zou hebben, zou je voelen dat een innerlijke stem je raad geeft voor iedere belangrijke onderneming in je leven (hetzij een reis, hetzij een werk, hetzij een beslissing die je moet nemen). Maar je schenkt er geen aandacht aan, want je verkiest het kabaal en het geraas. Opdat je zou luisteren naar het wezen dat tot je spreekt, moet het immers veel lawaai maken. Als het zacht spreekt, luister je niet.

Nochtans moet je weten dat, wanneer hogere wezens tot je spreken, zij slechts enkele woorden zeggen met een haast onhoorbare stem. Als jou een ongeluk is overkomen door je eigen fout, zeg je soms: ‘Ja, inderdaad, er was ergens iets dat mij waarschuwde, maar het signaal was zo zwak, zo stil...’ Je hebt dus niet geluisterd, omdat je verkoos de stemmen te volgen die heel veel en heel luid praatten, om je te misleiden.

Zie ook ‘De weg van de stilte’, Izvor 229, hst. XII 

De hoogmoedige is een mens die zich inbeeldt dat hij van niets of niemand afhankelijk is, net zoals een lamp die zou beweren dat zij licht geeft en daarbij vergeet dat de stroom aan haar geleverd wordt door de elektriciteitscentrale.

Een nederig mens daarentegen weet dat hij geen afgescheiden wezen is, dat niets van hem afhangt en dat hij geen kracht, noch licht, noch wijsheid zal bezitten als hij niet met de Hemel verbonden blijft. Hij voelt zichzelf een schakel in een oneindige keten, een geleider van kosmische energie die van zeer ver komt en die via hem naar de andere mensen stroomt. Een nederig mens is een vallei, bevloeid met water dat van de bergtoppen stroomt, om de vlakte vruchtbaar te maken. Hij ontvangt bruisende krachten van het gebergte en zo kent hij overvloed. Terwijl de hoogmoedige die gelooft dat hij alleen van zichzelf afhangt, de oorsprong van de stroom die zich via hem openbaart, vergeet en uiteindelijk – vroeg of laat –alles verliest. Men heeft heel de rijkdom van de nederigheid nog niet begrepen.

Zie ook ‘Spirituele alchemie – de zoektocht naar volmaaktheid’, Izvor 221, hst. XI

Hoeveel revoluties hebben al plaatsgevonden in de geschiedenis? Hoe vaak hebben mensen al veranderingen meegemaakt? Maar de situatie werd nooit echt grondig verbeterd. Waarom niet? Omdat ondanks deze veranderingen de mensen nog niet uit de vicieuze cirkel van hun begeerten en slecht beheerste driften zijn gestapt.                                              

Zolang er geen verbetering optreedt in de mentaliteit, zal geen enkele situatie werkelijk verbeteren. Men moet het gebied van de lagere verlangens verlaten en op dat ogenblik zullen de veranderingen inderdaad echte verbeteringen zijn. Maar met dezelfde materialen, met dezelfde elementen, hoe je ze ook combineert, zul je in dezelfde wanorde en tegenspoed blijven leven.

Zie ook ‘In naam van de Duif: innerlijke vrede, wereldvrede’, Izvor 208, hst. VIII

Als men een stuwdam bouwt op een rivier, zonder in afvloeiingskanalen te voorzien, komt er een ogenblik dat de rivier buiten haar oevers zal treden en alles overspoelen, want de stuwdam belet niet dat het water blijft stromen. Welnu, hetzelfde is waar voor het menselijk wezen: als hij zijn driften en in het bijzonder de seksuele drift wil onderdrukken, worden spanningen opgestapeld in het onderbewuste en komt er een moment dat alles wordt weggespoeld. Men mag de energieën niet blokkeren, maar men hoeft ze evenmin te verspillen.

De oplossing bestaat erin de energieën een uitweg te bieden, zodat zij heel je aarde kunnen bevloeien. Zoals de Egyptenaren, die destijds kanalen hadden gegraven, zodat hun land vruchtbaar werd gemaakt door het water van de Nijl. In feite heeft de natuur zelf er reeds voor gezorgd in de mens kanalen aan te brengen, dankzij welke de seksuele energie naar de hersenen geleid kan worden. En het is niet omdat de anatomen deze nog niet ontdekt en beschreven hebben, dat je niet moet proberen in die richting te werken, om iedere dag scherpzinniger, intelligenter en creatiever te worden.

Zie ook ‘Spirituele alchemie – de zoektocht naar volmaaktheid’, Izvor 221, hst. XII

Voor de mens beginnen de ergste moeilijkheden en leed, als hij gaat denken dat hij de enige meester is van zijn bestemming en dat er geen Voorzienigheid, noch lichtende entiteiten bestaan, om hem te leiden en te steunen. Want zo verbreekt hij alle banden met de Hemel. Hij is niet langer het zorgeloze kind, want hij rekent niet meer op zijn Hemelse Vader en Moeder en alle onheil barst over hem los: hij voelt zich niet langer een kind van God.                    

Om je problemen op te lossen, om altijd geholpen, gevoed en verlicht te worden, mag je nooit de band met de Hemel verbreken; want de Hemel laat zijn kinderen nooit huilend achter in eenzaamheid.

Zie ook ‘De onzichtbare wereld – helderziendheid, intuïtie en dromen’, Izvor 228, hst. II, IV, X en XVIII