Je woont ‘s morgens de zonsopgang bij om vruchten van hoop te ontvangen. Ja, hoe vaak heeft de zon je door haar licht, haar warmte en haar leven al hoop gegeven die je kon eten en drinken. Het is jammer dat je die hoop vaak hebt opgegeven voor moedeloosheid. Als je die hoop niet had laten varen, als je niet zoveel twijfels en aarzelingen had gekend, zou je zeker betere resultaten hebben bereikt.

Waarom geen gedachten koesteren die de geest voeden? Als je niet probeert te ontsnappen aan de droeve realiteit, waardoor je je overvallen voelt, zul je werkelijk verstikken. Verander dus iets, minstens vanbinnen, en zeg: ‘Moeilijkheden en ellende blijven niet duren. Ik ben een zoon van God, ik ben een dochter van God, en God bezorgt mij schoonheid, licht en pracht.’

Zie ook ‘De zaden van het geluk’, Izvor 231, hst. XXI

Wat men in het algemeen anarchie noemt, hoeft niet noodzakelijk als iets slechts beschouwd worden. Nee, anarchie is de toestand van een mens die zijn leven naar eigen inzicht wil leiden en zich niet wil onderwerpen aan de gevestigde orde. Of die orde nu goed of slecht is, hij wil leven volgens zijn eigen opvattingen en het is mogelijk dat deze opvattingen beter zijn dan die van de gevestigde orde. De maatschappij beschouwt hem als een anarchist, maar als hij streeft naar meer liefde, broederlijkheid en rechtvaardigheid, is hij geen anarchist voor de Hemel. Volgens de Ingewijden is een anarchist alleen degene die het bestaan van de goddelijke orde, van een Meester van het universum, van hogere krachten en entiteiten en van regels waaraan hij zich moet onderwerpen, niet erkent. Het is best mogelijk dat hij volledig in overeenstemming is met een samenleving van miljoenen mensen die geen enkel spiritueel leven hebben, maar voor de sublieme Intelligentie is hij een anarchist, want hij overtreedt haar wetten.

Zie ook ‘De vrijheid, overwinning van de geest, Izvor 211, hst. VIII

In plaats van inspanningen te doen om zich te vervolmaken, verkiezen mensen hun lagere natuur te beschermen. Zij zijn de speelbal van hun zwakheden, verlangens, grillen, en zij proberen zelfs niet de oorsprong van hun gedachten, gevoelens en verlangens te achterhalen: het volstaat dat zij die gedachten en gevoelens in zich voelen opkomen, om er onmiddellijk aan toe te geven. En vervolgens zijn zij verwonderd dat zij zich verzwakt en ongelukkig voelen, nadat zij al hun opwellingen de vrije loop hebben gelaten.

Om machtig en gelukkig te worden, moet men zich in feite leren onderwerpen aan de goddelijke wetten. Inderdaad, in tegenstelling tot wat de meeste mensen zich inbeelden, wordt men machtig en gelukkig als men gehoorzaamt aan de wetten, niet wanneer men zich ertegen verzet. Als men zich tegen de goddelijke wetten verzet, wordt men vroeg of laat gebroken.

Zie ook ‘de mens verovert zijn bestemming – reïncarnatie en karma’, Izvor 202, hst. VI

Het volstaat niet dat je van tijd tot tijd een moment van inspiratie, van licht hebt, om zin te geven aan je leven. Je moet ook leren dat moment te laten voortduren, zodat het een permanente bewustzijnstoestand wordt, die alles in jou zuivert, ordent en herstelt. Je zult zeggen: ‘Wat je vraagt, is onmogelijk. In het leven kan men immers niet voortdurend dat goddelijk bewustzijn bestendigen.’                                                              

Ja, schijnbaar heb je gelijk, ik weet het, ik leef in dezelfde wereld als jij en ik weet hoe het eraan toegaat. Maar ik weet ook dat een leerling van het licht, wat er ook gebeurt, zich nooit van zijn weg laat afbrengen, ondanks vermoeidheid, ontgoocheling, verdriet of ongeluk. Integendeel, hij grijpt zich vast aan de grootse en mooie momenten die hij mocht beleven, aan de ervaringen die hem op sommige bevoorrechte momenten de ware zin van het leven hebben laten proeven.

Zie ook ‘De zaden van het geluk’, Izvor231, hst.VI

Het lot laat zich niet vermurwen, maar het is nooit wreed. Het lot is rechtvaardig, dat is alles. Alle fouten die je begaan hebt, werden opgestapeld op één schaal van de weegschaal, maar als je beslist je leven te verbeteren, zullen al je goede daden zorgen voor gewicht op de andere schaal.                                                                                       

Wanneer het moment aanbreekt te betalen voor overtredingen, zullen je goede gedachten, je goede gevoelens en je goede handelingen tussenbeide komen, zodat de betaling minder zwaar wordt. Dit betekent dus ook dat men geen fatalist mag worden met redeneringen zoals: ‘Aangezien mijn lot zus en zo is, kan ik er toch niets aan doen en moet ik het aanvaarden.’ Nee. Vergeet nooit deze gulden regel: het lot vraagt nooit de verstikking en uitdoving van de geest. Integendeel, het lot dient precies ons ertoe te verplichten de geest wakker te maken en met de geest te werken, om voor onszelf een nieuwe toekomst te scheppen.

Zie ook ‘De zaden van het geluk’, Izvor 231, hst. XII