Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen waarachtige gevoeligheid en ziekelijke gevoeligheid, die men beter lichtgeraaktheid of overgevoeligheid zou noemen. De waarachtige gevoeligheid is een vermogen dat ons in staat stelt zeer hoog en zeer ver te stijgen, om zo toegang te krijgen tot een steeds subtielere wereld, waarvan wij de werkelijkheid kunnen vatten. Overgevoeligheid daarentegen is een uiting van de lagere natuur die zichzelf ziet als het centrum van de wereld. Zij vindt altijd dat men onvoldoende aandacht aan haar besteedt en daarom voelt zij zich gefrustreerd, gekwetst en wordt zij agressief. Als men dat onderscheid doorheeft, begrijpt men ook dat er heel wat werk verricht moet worden aan de lagere natuur, om deze te beheersen, aan banden te leggen: het is de enige manier om de echte gevoeligheid een kans te geven zich te ontplooien, rijker te worden.

De gevoeligheid is niet enkel een eigenschap die ervoor zorgt dat wij ontroerd raken of in bewondering staan voor de wezens die wij beminnen, voor de schoonheid van de natuur, van kunstwerken. De gevoeligheid opent ook deuren naar de oneindigheid en het licht, zij schenkt ons inzicht in de goddelijke orde van de dingen, zij stelt ons in staat in harmonie te trillen met hemelse regionen, wezens en stromen.

Zie ook ‘De zaden van het geluk’, Izvor 231, hst. X

De intelligentie van de mens wordt ontwikkeld, als hij moeilijkheden en hindernissen ontmoet, want om ze te overwinnen moet hij observeren, nadenken en scherpzinnig worden. Daarom heeft de natuur zowat overal in het leven moeilijkheden voorzien, om de intelligentie van haar kinderen te ontwikkelen. Maar we zien dat die kinderen zich niet ontwikkelen, want in plaats van hun best te doen alles te begrijpen en oplossingen te vinden, verspillen zij hun tijd en energie met huilen, klagen, zich opwinden en kwaad worden. Wanneer zij uitgeput zijn, bedaren ze natuurlijk, maar de moeilijkheden zijn niet verdwenen. De energie is weg, maar de problemen zijn gebleven. Wat een gekke methode!

Ik vraag iemand: ‘Hoelang heb je gehuild?’ – ‘Drie uur.’ – ‘En heb je het probleem opgelost?’ – ‘Nee.’ – ‘Wel, huil de volgende keer tien minuten en stel je daarmee tevreden. Aangezien je het huilen niet kunt laten, ga je gang, maar niet langer dan tien minuten, en als de tien minuten voorbij zijn, droog je tranen en begin na te denken.’

Zie ook ‘De Nieuwe Aarde – methoden, oefeningen, formules, gebeden’, verzameld werk deel 13, hst. V

Beschouw mensen die je liefhebt nooit als je bezit. Anders zul je op grote tegenstrijdigheden stoten, want er komt altijd een ogenblik waarop je zult beseffen dat je geliefden je niet toebehoren. En dan zul je lijden, ofwel zul je hen doen lijden.             

Een man mag zich nooit inbeelden dat zijn vrouw hem toebehoort: zij bestond immers voor ze hem kende en zij zal na hem blijven bestaan. Vóór hem, in andere incarnaties, heeft zij andere mannen gehad en hij heeft ook andere vrouwen gehad. Als ze al eeuwig samen waren, zouden er nooit problemen tussen hen ontstaan. Maar aangezien ze het vaak oneens zijn, blijkt hieruit dat zij elkaar niet kenden en misschien ontmoeten zij elkaar zelfs voor de eerste keer. Het is dus nutteloos zich illusies te maken of zichzelf te kwellen. Partners kunnen beter tegen elkaar zeggen dat ze vennoten zijn, dat ze zo goed mogelijk moeten samenwerken en eerlijk zijn, dat is alles. En als ze erin slagen met elkaar een goede relatie op te bouwen, zullen zij opnieuw samen zijn in een volgend leven.

Zie ook ‘Mystiek van man en vrouw – spirituele galvanoplastiek’, Izvor 214

Vertrouwen maakt bij mensen de beste eigenschappen wakker. Schenk iemand vertrouwen en je moedigt hem aan op het goede pad: hij is verplicht zijn best te doen, om te bewijzen dat je je niet in hem hebt vergist. Tussen degenen in wie je vertrouwen stelt, zullen zich natuurlijk altijd enkele personen bevinden die je verraden.        

Maar omdat enkele mensen egoïstisch, boosaardig of ondankbaar zijn, hoef je ze niet allemaal te minachten, te verafschuwen en definitief af te wijzen. Als je zover gaat, ben je onwetend.

Wie de menselijke natuur kent, wie op de hoogte is van de magische wetten, blijft ernaar streven de anderen te verlichten, te helpen en gelukkig te maken, ondanks boosaardigheid en verraad.

Zie ook ‘De Mysteriën van Jesod – grondslagen van het spirituele leven’, verzameld werk deel 7, I.7

Het astrale lichaam is in de mens de zetel van alle gevoelens, verlangens, emoties en begeerten, en als het niet beheerst wordt, kan het uitgroeien tot een monsterachtig gezwel. Daarom heeft Jezus gezegd dat het gemakkelijker is voor een kameel door het oog van de naald te gaan dan voor een rijke, om in het Koninkrijk van God te komen. Door zijn verlangen bezit op te stapelen, ontwikkelt de rijkaard uiteindelijk zo’n enorm astraal lichaam, dat hij niet meer binnenkomt in het Koninkrijk van God, waar enkel wezens worden aanvaard die in staat zijn tot onthechting en zelfopoffering. De kameel daarentegen heeft soberheid moeten leren omwille van de vreselijke omstandigheden in de woestijn en hij is het symbool van de Ingewijde die zich met heel weinig tevredenstelt en die in staat is de moeilijkste omstandigheden van het leven te doorstaan zonder te bezwijken.                                         

Je kunt het beeld van de rijke en de kameel enkel interpreteren, als je begrijpt dat Jezus geen toespeling maakte op het fysieke lichaam, maar op het astrale lichaam. Dat bewijst meteen dat het niet mogelijk is de Evangeliën juist te interpreteren, als je de structuur van het menselijk wezen niet kent.

Zie ook ‘Ken uzelf – elementen en structuren van het psychische leven’, Izvor 222