Een Meester beschikt over vermogens, dat spreekt vanzelf, maar er zijn dingen die hij niet kan. Hij kan bijvoorbeeld niet in jouw plaats eten; hij zal je voedsel geven, maar jij moet het opeten. En als je zegt: ‘Nee, nee, ik wil dat hij eet’, wel, dan zal hij sterker worden en zul jij wegkwijnen.                              

Je denkt altijd dat een Meester jouw werk moet doen. Nee, een Meester zal je de nodige materialen geven voor de bouw van je paleis, hij zal je zelfs cement en spijkers geven, maar jij moet aan de slag, want hij zal je paleis niet bouwen. Als een Meester jouw werk doet, wint hij erbij in jouw plaats. Begrijp goed dat een Meester niet alles kan. De zon is ook niet almachtig: als je de gordijnen gesloten laat, zal ze nooit in jouw huis kunnen schijnen.

Zie ook ‘Spirituele Meesters, lichtbakens van alle tijden, Izvor 207, hst. I en VI

Mensen kunnen nog niet ademen door alle poriën van hun huid en daarom is hun ademhaling nog niet volledig, ideaal of goddelijk. Nochtans zijn sommige yogi’s erin geslaagd te ademen door de huid, en zo vangen zij allerhande vitale krachten en substanties op. Bijgevolg kunnen zij de hoeveelheid voedsel en drank verminderen: omdat zij geleerd hebben subtielere elementen op te nemen.

Deze oefening kun je leren doen tijdens de zonsopgang: de zonnestralen absorberen via de huid en ze opslaan in de zonnevlecht. Zo zul je na maanden en jaren voelen dat er kleine mondjes, kleine deurtjes in jou opengaan. Zij waren al aanwezig, maar je had nog niet geoefend, om ze te laten werken.

Zie ook ‘Harmonie en gezondheid’, Izvor 225, hst. V en VI

Wanneer je ‘s morgens naar de zon kijkt, probeer dan het centrum in jezelf terug te vinden: je geest die almacht, wijsheid, alwetendheid en universele liefde is, en tracht iedere dag dichter bij hem te komen. Zolang je van het centrum verwijderd blijft, ben je overgeleverd aan de meest wanordelijke en tegenstrijdige invloeden.

Het spreekt vanzelf dat men vaak verplicht is het centrum te verlaten, om buiten activiteiten te ondernemen. Ja, maar zich verwijderen van het centrum omdat het nodig is, betekent niet dat men de band met het centrum moet verbreken. Integendeel, hoe meer activiteiten je hebt in de wereld, dat wil zeggen aan de buitenkant, hoe meer je de band met het centrum, met de Geest moet versterken. Want van dit centrum ontvang je kracht, licht en vrede die je nodig hebt om al je ondernemingen tot een goed einde te brengen.

Zie ook ‘Op weg naar een zonnebeschaving’, Izvor 201, hst. III

Sommige ouders kiezen voor hun kinderen zeer alledaagse namen die om het even wat betekenen. Maar iedere naam brengt bepaalde vibraties voort die inwerken op het etherisch, astraal en mentaal lichaam van kinderen, zelfs zonder medeweten van hen, die deze naam uitspreken. Als ouders op de hoogte zouden zijn van de harmonische of disharmonische, heilzame of noodlottige invloed van een naam, zouden zij zeer aandachtig zijn bij de keuze van een naam voor hun kinderen. Want de oordeelkundige keuze van de naam kan enorm veel bijdragen aan de ontwikkeling van sommige eigenschappen en deugden.           

Daarom gebeurde het dat sommige Ingewijden de naam van een persoon die ten prooi was aan ongelukken, ziekten en gebreken, veranderden en het lot van die persoon heeft een andere wending genomen, dankzij deze nieuwe naam. Dat wil niet zeggen dat men zich nu moet gaan bezighouden met het veranderen van de naam van iedereen. Maar voor kinderen is het duizend keer verkieslijker een naam te vinden met een spirituele betekenis. Dat kan hen veel helpen in hun evolutie.

Zie ook ‘De lach van de wijze’

Wanneer een acrobaat over een gespannen koord loopt, is hij verplicht zijn armen uit te strekken, om zijn evenwicht te bewaren. Dit beeld stemt overeen met dat van de mens, want het leven is ook een gespannen koord. Hij moet hier een beetje toevoegen en daar een beetje wegnemen, om de twee schalen van het hart en het verstand in evenwicht te houden. Want als hij de ene zijde verwaarloost ten voordele van de andere, verliest hij zijn evenwicht, wat zich uit in chaotische gedachten en gevoelens.

Op iedere gebied moet de mens eraan denken de twee schalen van zijn innerlijke balans in evenwicht te brengen. Als hij altijd op de materie (geld en bezittingen) geconcentreerd is, zonder ooit te denken aan de geest, de Hemel, schept hij ook vanbinnen een onbalans die weerspiegeld wordt in zijn gelaatsuitdrukking en zelfs in zijn gezondheid. Men moet deze wet kennen die zegt dat iedere behoefte die men op een bepaald vlak bevredigt, op een ander vlak een leemte doet ontstaan die men ook moet opvullen.

Zie ook ‘Het leven, meesterwerk van de geest’, Synopsis III, deel V