Hoe talrijker wij zijn om te zingen, hoe meer onze broederlijke uitstraling goddelijke entiteiten aantrekt die ons komen helpen en ons gezondheid, kracht en licht schenken. Wij zingen niet in koor om de tijd aangenaam door te brengen, maar om een bewust werk te doen, om ons persoonlijk, egoïstisch leven te onderwerpen aan de wet van broederlijkheid, universaliteit, harmonie.                     

Wij moeten werken voor de harmonie, want iedere harmonieuze vibratie die wij kunnen scheppen, brengt ons in verbinding met de grote kosmische harmonie. Het woord ‘harmonie’ vat alle deugden en alle zegeningen samen. Wanneer harmonie van ons bezit neemt, zal zij ons stemmen als een instrument en de Geest die dan op ons komt spelen, zal aan ons goddelijke klanken ontlokken.

Zie ook ‘Artistieke en spirituele schepping’, Izvor 223, hst. VI

Ieder van ons bezit een innerlijke stem die voortdurend tegen ons spreekt, maar die stem is heel zacht en het vergt grote inspanningen haar te kunnen onderscheiden tussen al het andere lawaai... Het is alsof men zou proberen de melodie van een fluit te volgen tijdens het geroffel van trommels en tamboerijnen.

Wij moeten leren luisteren naar die heel zachte stem die in ons spreekt. Wij horen immers heel goed de schetterende stem van de maag die haar honger uitschreeuwt, of van de seksuele drift die om een slachtoffer vraagt. Maar wanneer een klein stemmetje ons zegt: ‘Wees toch wat geduldiger... Leer je beheersen... Doe eens moeite...’ dan antwoorden wij: ‘Ach, zwijg!’ Het is gemakkelijk deze stem het zwijgen op te leggen: zij is zo zacht, zij dringt niet aan, maar des te erger voor ons als wij niet willen luisteren, want op een dag zullen wij bepaalde lessen krijgen.

Zie ook ‘De weg van de stilte’, Izvor 229, hst. XII

Je kunt in de geschiedenis nobele, grote en zuivere schepselen vinden, maar geen enkele dat zich kan vergelijken met de zon qua licht, liefde en edelmoedigheid. De zon is de enige die de grootheid van God uitdrukt op aarde en haar moeten wij als model nemen.

Als mensen altijd zwak, somber, nors of droevig zijn, is het omdat zij geen ideaal hebben dat op iets oneindigs is gericht. Hun ideaal bestaat erin te worden zoals hun oom, hun buurman, een of andere politicus, acteur of miljardair. Maar wat stellen die voor als model? Bekijk ze eens van dichterbij, met hun angsten, ziekten, onrust! Terwijl niets de vergelijking met de zon kan doorstaan. Als je haar als model neemt, zal je intellect verlicht worden, je hart verwarmd zijn en je geest kracht uitstralen. En je zult vooral, zoals de zon, edelmoedig kunnen zijn.

Zie ook ‘U bent Goden’, Synopsis I, deel III.4

Je bent aanwezig bij de zonsopgang: je wacht op de eerste straal, je bent waakzaam en aandachtig en als de eerste zonnestraal verschijnt, denk er dan aan haar op te nemen, haar door te slikken. Op die manier begin je de zon te drinken. In plaats van de zon enkel te bekijken en in te ademen, drink je haar, eet je haar en je stelt je voor dat dit levende licht zich verspreidt in alle cellen van je organen die erdoor gezuiverd, versterkt en verlevendigd worden. Deze oefening helpt je om je te concentreren en de resultaten zijn fantastisch: heel je wezen trilt en je krijgt het gevoel dat je werkelijk licht hebt opgenomen.

In de Zend-Avesta staat geschreven dat, toen Zarathoestra aan Ahoera-Mazda vroeg hoe de eerste mens zich voedde, deze antwoordde: ‘Hij at vuur en dronk licht.’ Waarom zouden wij dan niet op onze beurt leren vuur te eten en licht te drinken, om terug te keren naar de volmaaktheid van de eerste mens?

Zie ook ‘De yoga van de voeding’, Izvor reeks nr. 204

In algemene zin kan men stellen dat een vrucht drie elementen bevat: de schil die men weggooit, het vruchtvlees dat men opeet en de pit die men plant. Je zult zeggen dat je dit al weet. Nee, want als je het wist, zou je niet zoveel vergissingen begaan in je leven. Een man (of vrouw) vertelt je iedere dag bijvoorbeeld over zijn liefde voor jou. Je neemt al deze woorden op, je eet ze en verslindt ze zelfs, zonder enige schifting te doen. Enige tijd later zit je tot over je oren in een tragedie. Waarom? Omdat je de les van de vrucht niet hebt begrepen. Ongetwijfeld hadden die man of vrouw zeer goede en mooie elementen in hun liefde, in hun woorden gelegd en die kun je eten, maar je had moeten beseffen dat die woorden, afkomstig van een mens, onvermijdelijk menselijke, ja veel te menselijke elementen bevatten die je terzijde had moeten laten. Ja zeker, de liefde is een zeer complex vraagstuk.                 

In de liefde die men je aanbiedt, zitten altijd enkele elementen die je moet weggooien en andere die je kunt behouden, en uiteindelijk is er één element dat je kunt planten in je ziel. Daarom moet je zeggen tegen je geliefde: ‘Wacht even, voor ik je een antwoord geef, wil ik eerst de pit planten, de vrucht is heerlijk, maar ik wil de boom kennen die uit de vrucht zal komen.’ Wanneer je de juiste aard van die liefde zult kennen, kun je je uitspreken zonder risico voor de toekomst.

Zie ook ‘Waarheid, de vrucht van wijsheid en liefde’, Izvor 234, hst. V