Maak er een gewoonte van je iedere dag te verheffen met je gedachten, als je je problemen wilt oplossen. Het hangt van jou af je te verheffen en niet te wachten tot God bij jou komt, om je te bezoeken met Zijn genade en barmhartigheid. Want God zal niet afdalen.

Je zult zeggen: ‘Maar wij hebben toch in de Bijbel gelezen dat de Heilige Geest op de dag van Pinksteren over de apostelen is neergedaald in de vorm van vurige tongen?’ Ja, maar om de Heilige Geest te ontvangen, moet de mens zich eerst innerlijk verheffen tot de hemelse gebieden waar hij versmelt met de Godheid. Wie zich zuivert, wie vibreert in eenklank met de wil van God, leeft reeds in de meest lichtende gebieden. En zelfs als men zegt dat God in hem is neergedaald, is het in feite hijzelf die geklommen is tot aan God die hem van Zijn aanwezigheid vervuld heeft.

Zie ook ‘Het leven, meesterwerk van de geest’, Synopsis III, deel VI.3

Het fysieke lichaam van de mens kan vergeleken worden met een slagveld, waar de krachten van het leven en de krachten van de dood elkaar bestrijden. De mens die een wanordelijk en chaotisch leven leidt, voedt in zijn organisme krachten van ontbinding die hem proberen te vernietigen. Als hij daarentegen voor het licht kiest, als hij zijn levensbeschouwing verbetert, als hij beslist om te werken volgens de goddelijke wetten, versterkt hij de bewakers van het organisme en worden de destructieve krachten geneutraliseerd.  

Zo zie je hoe wij nu eens de ene, dan weer de andere krachten versterken of verzwakken. Het is dus nodig dat wij onszelf gadeslaan en wijzer worden. Want door onze levenswijze bepalen wij in ons de voorwaarden van ziekte of gezondheid.

Zie ook ‘De Gouden Sleutel – tot het oplossen van de levensproblemen’, verzameld werk deel 11, hst. XVI

Leer kritiek en boosaardigheid te gebruiken als stimulansen. Telkens als men je ten onrechte beschuldigt of veroordeelt, moet je denken dat je hierdoor over de beste voorwaarden beschikt om jezelf te versterken. Als je deze raad opvolgt, zul jij op een dag de overwinning behalen, en zij die je hebben aangevallen, zullen zich schamen. Waarom? Terwijl zij bezig waren jou kwaad te berokkenen, werkten ze niet, verbeterden ze zichzelf niet, integendeel; en als zij zich nu vergelijken met jou, komen ze tot de bevinding dat ze bijzonder zwak en onbenullig zijn.

Wanneer men beschut is, in alle rust, doet men geen enkele inspanning, maar deze rust is niet altijd zo wenselijk. Als je deze graad van inzicht bereikt, zul ook jij denken dat wie ten onrechte belaagd wordt, zich in de betere situatie bevindt, al lijkt het anders.

Zie ook ‘Spiritueel leven – 115 gouden regels’, Izvor 227, regel p. 109

Wanneer een kind eet, begrijpt het dan welke energie het voedsel hem zal geven, en hoe deze energie zal bijdragen tot zijn fysieke, morele en intellectuele ontwikkeling? Natuurlijk niet, maar toch wacht men niet tot het kind alles begrijpt, om het te voeden.                

Welnu, men moet evenmin wachten tot het kind begrijpt, om het sommige elementen van de spiritualiteit mee te geven. Want al wat het kind op die manier registreert, zonder het te begrijpen, zal later in zijn bewustzijn verschijnen en het zal ervan kunnen profiteren. Het zal er gebruik van maken en veel evenwichtiger zijn dan kinderen die men afgeschermd heeft voor zulke elementen, onder het voorwendsel dat zij er nog niet de leeftijd voor hadden. Als men moet wachten tot kinderen in staat zijn het spirituele leven te begrijpen, om het hen mee te geven, zullen zij in zekere zin vlug uitgeteld zijn, spiritueel uitgeteld. Het spirituele leven is niet zoals wiskunde, fysica of scheikunde die een zekere intellectuele ontwikkeling vereisen. Het spirituele leven is voor de ziel van het kind als een moedertaal, waarvan het doordrongen wordt, als het deze taal om zich heen hoort spreken.

Zie ook ‘De opvoeding begint voor de geboorte’, Izvor 203, hst. VI

Door het toekennen van artistieke gaven aan sommigen, heeft de Hemel hen in het bezit gesteld van een grote schat, waardoor zij wonderen kunnen verrichten. Maar vaak zijn zij zich er niet van bewust en geloven zij niet voldoende in de macht van deze gaven.

Een kunstenaar moet als ideaal hebben de mensen naar de Godheid te leiden en dan zal zijn naam ingeschreven worden in het Boek van het Leven: men zal noteren dat hij verschillende zielen heeft gered van onheil en van de dood. En hij hoeft zich geen zorgen te maken over zijn eigen ziel: als hij de ziel van anderen redt, zal iemand de zijne komen redden. Wie vreugde om zich heen verspreidt, zal van anderen vreugde ontvangen.

Zie ook ‘Artistieke en spirituele schepping’, Izvor 223, hst. V