Wanneer een mysticus de Godheid aanschouwt, is zijn ziel als een vrouw die een vonk, een kiem van de Schepper wil ontvangen. Hij draagt zich op aan het licht van God, hij stelt zich ervoor open en hij ontvangt die kiem in zijn ziel. Hij draagt deze kiem lange tijd, om een goddelijk kind op de wereld te zetten.                                                                             

Op spiritueel gebied kan de man, net zoals de vrouw, een kind ontvangen. Door zich te verbinden met de Schepper, verandert de man van polariteit, wordt hij vrouw en schenkt hij het leven aan het kind van de liefde en aan het kind van de wijsheid... Hetzelfde gebeurt met de maagd, die zich wijdt aan de dienst van de Heer. Zij bereidt zich voor om Christus te huwen, om een spiritueel kind ter wereld te brengen. In het innerlijk leven bestaat geen steriel huwelijk, op voorwaarde dat de vrouw of de man voorbereid is en onderwezen werd in de wetten van de spirituele polarisatie.

Zie ook ‘De zaden van het geluk’, Izvor 231, hst. V, XII en XX

De manier waarop de slang van huid verwisselt, is zeer leerzaam voor de leerling. De slang voelt dat een nieuwe huid is gegroeid onder de oude, en dan zoekt zij tussen de rotsen een smalle spleet of opening, en daar kruipt zij in. Het kost moeite en ze moet wringen om door die ‘smalle poort’ te komen. Maar eenmaal voorbij de nauwe doorgang, bezit de slang een nieuwe huid, de oude is blijven hangen.                                      

Op een dag moet de leerling ook door ‘de smalle poort’ gaan die hem zijn oude huid zal ontnemen, dat wil zeggen zijn oude opvattingen, gewoonten en redeneringen. Ieder van jullie zal door de smalle poort gaan. Uiteraard zal het een moeilijke doorgang zijn, maar maak je geen zorgen, wees niet bang, verheug je dat je je oude huid verliest, om een nieuw wezen te worden, met nieuwe ideeën, nieuwe gevoelens, een nieuw gedrag.

Zie ook ‘Het leven, meesterwerk van de geest’, Synopsis III, deel VIII.1

Geen enkele mens is ooit op aarde gekomen zonder fouten die hersteld, of zonder schulden die betaald moesten worden. Hoeveel Ingewijden, heiligen en ook profeten hebben geleden, om de fouten te herstellen die zij in vorige incarnaties begaan hadden! Dat heeft niet verhinderd dat hun ziel en hun geest in goddelijke pracht leefden, want ondanks hun karma zijn zij zonder ophouden blijven werken en zich inspannen, en zo zijn ze godheden geworden.

Wat je ook overkomt, blijf je altijd bewust van het feit dat er in jou een gebied bestaat dat niet aangevallen of ingenomen kan worden: je geest, waar je je moet terugtrekken om te werken. Zodra je daar bent, ook al word je door het karma belaagd, voel je dat je erboven staat, altijd erboven. Het karma wil je beperken en jij bevrijdt je; het wil je verduisteren en jij gaat het licht in... Ondanks alles blijf je doorgaan met werken.

Zie ook ‘De mens op weg naar zijn bestemming – reïncarnatie en karma’, Izvor 202, hst. I en VIII

Wie de waarheid wil vinden, moet in de eerste plaats het bestaan van de Schepper erkennen. En als hij van Zijn leven, licht, liefde en kracht wil genieten, moet hij zich met Hem verbinden, in contact treden met iedere eigenschap waarvan Hij de enige en waarachtige bron is. Alleen reeds de gedachte dat de Schepper bestaat, heeft een heilzame invloed op hem.

God kan men niet beschrijven, noch verklaren, men kan zich Hem zelfs niet voorstellen, maar wie God eerlijk zoekt, wie werkt om dichter bij Hem te komen door het beoefenen van de deugden, voelt geleidelijk Zijn aanwezigheid in zich ontluiken in de vorm van vrede, licht, liefde, kracht, en geen enkele slechte invloed kan hem nog raken. Ja, dat moet je in de eerste plaats begrijpen: dat je God nooit zult ontmoeten buiten jou, dat je Hem alleen kunt vinden in jou, als een Aanwezigheid die heel je innerlijke wezen verlevendigt en verlicht.

Zie ook ‘De weg van de stilte’, Izvor 229, hst. IX en XII

Wanneer een slang in een gat wil kruipen, steekt zij eerst haar kop door de opening en hoelang de rest van haar lijf ook is, de staart is verplicht te volgen, want de staart volgt altijd de kop. Je ziet niets bijzonders in dit beeld, maar het is een symbool van heel de goddelijke pedagogie. De kop of het hoofd is het vermogen na te denken, te redeneren, waardoor een richting wordt aangegeven, en de rest van het lichaam – dat wil zeggen de daden – moet onvermijdelijk volgen.                                                                      

Zeg je: ‘Bij mij gaat het helemaal anders. Hoe vaak heb ik al beslist mijn luiheid en sensualiteit te overwinnen, om mij goed, rechtvaardig en edelmoedig te gedragen, en al die voornemens hebben tot niets geleid.’ Het spreekt vanzelf dat grote veranderingen niet onmiddellijk plaatsvinden, maar als je die voornemens voortdurend in je hoofd houdt, zul je op den duur toch uitvoeren wat je beslist hebt, net zoals de staart altijd de kop volgt. Al degenen die hebben volhard, die een goede houding hebben volgehouden, tenminste in hun geest, hebben gaandeweg alle weerstanden in zich overwonnen en zijn gaan handelen zoals de geest het hun opdroeg.

Zie ook ‘Ken uzelf – elementen en structuren van het psychische leven’, Izvor 222