In het verleden kregen veel kunstenaars les in een Inwijdingsschool, waar men hen onthulde, hoe zij zich konden verheffen tot de hogere gebieden, om er vormen, kleuren en klanken op te vangen. Wanneer zij erin slaagden in hun kunstwerken uit te drukken wat zij ontvangen hadden tijdens hun meditaties en contemplaties, werkten deze kunstwerken in op de mensen die erdoor aangespoord werden dezelfde weg omhoog te nemen. Dat is trouwens de reden waarom deze scheppingen ons sedert eeuwen beïnvloeden.

Tegenwoordig verlaten kunstenaars de academie met allerhande diploma’s, maar zij kennen geen enkele esoterische wet en zij brouwen allerlei theorieën om uit te leggen dat hun abstracte kunst een filosofie, een gedachte bevat, die de menigte toch niet kan begrijpen. Je bekijkt een schilderij, je draait het in alle richtingen... Wat stelt het voor? Wat drukt het uit? Niets, dwaasheden, ongerijmdheden. De kunstenaars zelf weten niet wat kunst betekent, wat haar rol en haar roeping is. Nochtans is het eenvoudig en het kan samengevat worden in enkele woorden: de opdracht van de kunst is, de mensen te laten terugkeren naar hun hemelse vaderland.

Zie ook ‘Artistieke en spirituele schepping’, Izvor 223

Mensen hebben hun vijf zintuigen zo geperfectioneerd dat zij zich inbeelden dat ze alles zullen weten, alles zullen kennen. En het is waar dat ze veel weten, maar de activiteit van de vijf zintuigen slorpt al hun psychische energie op en er blijft niets over om andere waarnemingsvermogens te ontwikkelen. Te veel andere gewaarwordingen!

Meer en meer gaan mensen op zoek naar sterke prikkels: zien, horen, proeven, zich amuseren, ruziemaken, roepen... Zij beelden zich in dat dit het echte leven is. Nee, het is er slechts een deel van. Men voelt dat men leeft, inderdaad, maar het is een vorm van leven die het echte leven verbergt! Men zoekt het leven altijd te laag... terwijl men het in de hoogte moet zoeken. Wie erin slaagt dat te begrijpen, zal moeite doen om veel gewaarwordingen die het echte begrip, het echte inzicht verhinderen, uit te sluiten. Hij zal trachten zich met de gedachte te verheffen om gewaarwordingen te hebben van een andere aard en kwaliteit, die hem binnenleiden in de pracht van de spirituele wereld.

Een man moet houden van alle mensen, net zoals een vrouw moet houden van alle mensen... Maar dat betekent niet dat iedereen ontrouw moet zijn aan zijn partner. Nee, men moet trouw blijven, maar weten dat één enkele man, één enkele vrouw je nooit alles kan geven, en dat jij dus evenmin alles kunt geven aan je man of vrouw.       

Daarom moeten partners samenleven, samenwerken, maar de ander vrij laten om heel de wereld te beminnen. Ja, mogen zij van elkaar houden, samenblijven, niet scheiden, maar hun opvattingen over de liefde verruimen, want alleen op deze voorwaarde kan hun liefde blijven duren.

Zie ook ‘Mystiek van man en vrouw – spirituele galvanoplastiek’, Izvor 214, hst. II-V

Mensen hebben hun vijf zintuigen zo geperfectioneerd dat zij zich inbeelden dat ze alles zullen weten, alles zullen kennen. En het is waar dat ze veel weten, maar de activiteit van de vijf zintuigen slorpt al hun psychische energie op en er blijft niets over om andere waarnemingsvermogens te ontwikkelen. Te veel andere gewaarwordingen!

Meer en meer gaan mensen op zoek naar sterke prikkels: zien, horen, proeven, zich amuseren, ruziemaken, roepen... Zij beelden zich in dat dit het echte leven is. Nee, het is er slechts een deel van. Men voelt dat men leeft, inderdaad, maar het is een vorm van leven die het echte leven verbergt! Men zoekt het leven altijd te laag... terwijl men het in de hoogte moet zoeken. Wie erin slaagt dat te begrijpen, zal moeite doen om veel gewaarwordingen die het echte begrip, het echte inzicht verhinderen, uit te sluiten. Hij zal trachten zich met de gedachte te verheffen om gewaarwordingen te hebben van een andere aard en kwaliteit, die hem binnenleiden in de pracht van de spirituele wereld.

Steeds meer mensen klagen erover dat hun ‘iets’ ontbreekt. Er ontbreekt hun zeker iets, maar zij weten niet wat en denken altijd dat ze het zullen vinden in materiële aanwinsten of enkele nieuwe ervaringen: een verhouding, een reis, een verandering in hun werk... Nee, wat zij nodig hebben, komt van de ziel en de geest. Maar omdat zij slechts een heel vaag idee hebben van wat de ziel en de geest zijn, trachten zij altijd het lichaam, het hart of het verstand te bevredigen. Welnu, het voedsel voor het lichaam, het hart of verstand verschilt van dat voor de ziel en de geest.

Zolang mensen weigeren het gebied van de oneindigheid (dat van de ziel) en van de eeuwigheid (dat van de geest) te verkennen, zullen zij zich diep vanbinnen altijd onvoldaan voelen.

Zie ook ‘Vrijheid, overwinning van de geest’, Izvor 211, hst. I en II