Men kan mensen vergelijken met bloemen, met vruchten... of zelfs met groenten! Wanneer je met hen omgaat, hen bekijkt, met hen spreekt of naar hen luistert, is het alsof je bezig bent hen in te ademen, hen zelfs te proeven. Maar wat doe je meestal? Je bekijkt hun kleren, hun juwelen, hun gezicht, hun handen en benen, maar je probeert je ziel niet te voeden met heel dat leven dat daar verborgen aanwezig is en dat uit hun hart, hun ziel en hun geest stroomt. En dat is jammer.

Wees voortaan aandachtiger en probeer waardering op te brengen voor mensen als dragers van heel dat subtiele leven. Sta bij hen stil met de gedachte: ‘Het zijn aspecten van de Hemelse Vader en de Goddelijke Moeder!... Dank U Heer, dank U Goddelijke Moeder. Dankzij deze ‘bloemen en vruchten’ heb ik vandaag de mogelijkheid dichter bij U te komen, U te aanschouwen; door deze pracht kan ik Uw geuren inademen, Uw smaken proeven.’ En je zult gelukkig vertrekken, want deze vruchten en bloemen hebben het jou mogelijk gemaakt dichter bij de Hemel te komen.

Zie ook ‘De zaden van het geluk’, Izvor 231, hst. XV - IXX

Je hoort soms over iemand zeggen dat hij zijn waardigheid als mens verloren heeft, of over iemand anders dat hij zijn menselijke waardigheid heeft kunnen behouden. Voor velen is waardigheid geen helder begrip: de neiging bestaat ze te verwarren met trots of hoogmoed. Nee, onze echte waardigheid als mens is het respect voor alles wat God ons gegeven heeft, om te beginnen ons fysiek lichaam, maar ook ons hart, ons verstand, onze ziel en onze geest.

Leerlingen van een spiritueel onderricht moeten zich laten doordringen van de gedachte dat zij tempels, tabernakels van God zijn, waar enkel zuiver voedsel en zuivere gedachten, woorden en gevoelens mogen binnenkomen en naar buiten gaan. Al wie geen acht slaat op wat bij hem binnenkomt of naar buiten gaat, wie zich laat gaan in om het even welke activiteit of bezigheid, wie zomaar wat zegt of denkt, kan zich niet bewust zijn van zijn echte waardigheid als mens.

Zie ook ‘Het licht, de levende geest’, Izvor 212, hst. VII

Vasten zuivert het organisme en de zuiverheid is de basis van de gezondheid. Als de mens altijd eet tot hij verzadigd is, rekenen de cellen van zijn maag en van al zijn organen automatisch op hun meester, want zij weten dat hij hen altijd zal bevredigen en zo worden ze lui. Bij een grote overvloed aan voedsel kan een gedeelte niet worden opgenomen en blijft het hangen in het weefsel, waar het begint te gisten. Wanneer men echter vast, nemen de cellen die slechts zeer weinig voedsel ontvangen, de beslissing om zuiniger, wijzer en actiever te worden, om zich te behelpen. Op dat ogenblik vindt geen gisting meer plaats in het organisme. Wie niet vast, stelt zich bloot aan groot gevaar voor de toekomst, want zijn cellen worden lui, passief en zwak.

Het spreekt vanzelf dat langdurig vasten het organisme verzwakt, maar als men weet hoe lang, onder welke voorwaarden en in welke bewustzijnstoestand men dient te vasten, zijn de weldaden van het vasten voor de gezondheid immens.

Zie ook ‘De yoga van de voeding’, Izvor 204, hst. VII

Men ontmoet overal ellendige schepselen die tekeergaan en onzin uitkramen, schepselen die het licht vervangen hebben door de gekste en krankzinnigste ideologieën, waar zij zelf niet meer wijs uit worden. Ja, dertig personen, vijftig filosofieën! De wereld wordt meer en meer een hospitaal, waar iedereen over iets te klagen heeft. Neem alleen maar de lucht, het licht, de warmte of het voedsel: wat goed voelt voor de een, berokkent kwaad aan de ander en omgekeerd.        

Neem een gezin: iedereen is verschillend en wil die verschillen benadrukken. Het is normaal dat mensen van elkaar verschillen, maar waarom zou men die verschillen zo koppig verdedigen, wanneer het gaat om zwakheden of gebreken? Zelfs op het gebied van ziekten vinden mensen het nodig van elkaar te verschillen: de ene heeft tyfus, de andere cholera, een derde heeft griep... (symbolisch gesproken). En hoeveel koortsen bestaan er niet! Heel de familie is koortsig, maar iedereen heeft zijn koorts, die verschilt van de koorts van de anderen... Akkoord dat iedereen zich anders voordoet, maar moge het ten minste in positieve zin zijn!

Zie ook ‘De mens verovert zijn bestemming – reïncarnatie en karma’, Izvor 202, hst. I en II

In Genesis staat geschreven dat God de mens heeft geschapen naar Zijn beeld. Maar wanneer men spreekt over de sublieme toekomst die de mensheid wacht, zijn er heel weinig mensen die deze idee serieus nemen.                                                                           

Als men echter aanneemt dat de mens werd geschapen naar het beeld van God, moet men logisch zijn en de gevolgen daarvan aanvaarden. En een van die gevolgen is juist dat er een goddelijke, sublieme toekomst wordt beloofd. Men heeft niet het recht de draagwijdte van deze waarheid te beperken, want welke toekomst heeft men anders voor ogen voor het beeld van God?

Zie ook ‘Een universele filosofie – broederschap als nieuwe vorm van bewustzijn’, Izvor 206