Bij een mens tellen in de eerste plaats zijn morele kwaliteiten. Als hij juist redeneert en zich weet te beheersen, mag hem wat dan ook overkomen, voorspoed of tegenspoed, het zal goed zijn voor hem. Wanneer iemand in het dagelijks leven bijvoorbeeld plots een groot fortuin erft of een schitterend huwelijk aangaat, zegt iedereen: ‘O! Wat een geluk, wat een meevaller!’ Alleen de wijzen bestuderen eerst de mentaliteit van die persoon voor zij zich uitspreken. Als hij wispelturig, egoïstisch of zwak is, beklagen zij hem: ‘Wat een ongeluk, zeggen zij, want met zo’n temperament... hoe hoger die persoon geklommen is, hoe vreselijker zijn val zal zijn: hij zal gebroken zijn.’ En over iemand anders, die door iedereen beklaagd wordt, omdat hij alles verloren heeft, zijn fortuin, zijn eer, zijn reputatie, zal een wijze soms zeggen: ‘Die persoon is sterk, hij bezit een verheven ideaal en zal daarom in staat zijn dat verlies te transformeren in spirituele rijkdom.’

Zie ook ‘Spirituele alchemie – de zoektocht naar volmaaktheid’, Izvor 221, hst. III, X, XI

Water weerspiegelt de Universele Ziel, waarin alle schepselen baden en in deze etherische substantie wordt alles opgetekend. Onze ziel maakt dus deel uit van die Universele Ziel, maar zij ontvangt slechts zelden haar boodschappen, omdat onze psychische kanalen verstopt zijn. Maar wie zich, na het volbrengen van een groot werk van zuivering, kan verheffen tot dat gebied van het hemels water, ontvangt prachtige beelden in zijn ziel.                

Leer van water te houden. Vul een beker met zuiver water, concentreer je erop en roep de meest poëtische en lichtende beelden van de natuur in je op. Het is mogelijk dat je ze ziet verschijnen, want water is een waarachtige magische spiegel. Maar het belangrijkste is dat je die beelden in jezelf aanwezig voelt, want je ziel zal zich voeden met hun aanwezigheid.

Zie ook ‘Het leven, meesterwerk van de geest’, Synopsis III, deel XI.4

Omdat sommigen erin geslaagd zijn te ontsnappen aan de menselijke gerechtigheid, beelden zij zich in dat zij ook zullen ontkomen aan de goddelijke gerechtigheid. Maar zij hebben de kwestie niet voldoende bestudeerd, om zich rekenschap te geven van het verschil tussen beide. Het is mogelijk dat de goddelijke gerechtigheid hen niet uitwendig raakt, maar zij treft hen inwendig. Er zijn misdadigers, die zogezegd aan de justitie ontsnapt zijn, maar innerlijk zijn zij aan het wegkwijnen: hun gezondheid, hun psychische toestand, alles takelt af. Uitwendig worden zekere elementen nog in stand gehouden, maar ook die verbrokkelen geleidelijk, want het is de binnenkant die het gebouw voedt en overeind houdt. Als de binnenkant instort, zal de buitenkant op een dag ook instorten.                                   

Zo gaat de goddelijke gerechtigheid te werk, en de sancties die zij oplegt, hebben een onmiddellijke uitwerking: op het ogenblik zelf dat de mens een overtreding begaat, verduistert en verbrokkelt er iets in hem. Ook al duurt het jaren voordat deze aftakeling uiterlijk zichtbaar wordt, innerlijk is zij al bezig.

Zie ook ‘De mens verovert zijn bestemming – reïncarnatie en karma’, Izvor nr. 202, hst. IV

Mensen zijn bang voor de mening van anderen... Wat zullen hun familie, vrienden en buren zeggen, als zij beslissen hun oude leven op te geven, om een spiritueel leven te gaan leiden? Zij vergeten dat er boven hen andere wezens bestaan die hen gestuurd hebben, die hen volgen en zich uitspreken over hun gedrag.                            

Wie zoveel waarde hecht aan de publieke opinie dat hij de opinie van de Hemel negeert, bewijst dat hij niet begrepen heeft wat in het leven essentieel is. Uiteraard kan het gebeuren dat iemand zeer negatieve reacties uitlokt door zijn verlangen zich ten dienste te stellen van het goede, van het licht. Ouders en vrienden zullen misschien gekrenkt zijn, omdat hij geen rekening houdt met hun standpunt, omdat hij de instemming van sublieme Wezens verkiest, die waken over de mensheid. Maar vroeg of laat zullen zij zwichten en erkennen dat hij – ondanks de schijn – gelijk had de weg van het licht te kiezen.

Zie ook ‘Op aarde zoals in de hemel’, Synopsis II, deel VI

Vuur biedt bescherming. Al wie in de woestijn of in de wildernis is geweest, weet dit: een van de beste beschermingsmiddelen tegen wilde dieren is vuur. Roofdieren zijn zeer bang voor vuur, zij voelen dat er een geduchte kracht van uitgaat, waar zij beter van kunnen wegblijven. Hetzelfde is waar voor het innerlijk leven. Wie erin geslaagd is het heilig vuur in zich te ontsteken, bezit de beste bescherming tegen ‘wilde dieren’, duistere geesten. Deze voelen het vuur dat uit de ogen, de handen en heel het lichaam van de ware Magiër of Ingewijde straalt, en zij slaan verschrikt op de vlucht. De aura is juist het vuur dat de mens beschermt tegen slechte geesten. Daarom moet je aan je aura werken, om die steeds meer in kracht en licht te laten toenemen.

Zie ook ‘Het leven, meesterwerk van de geest’, Synopsis III, deel XI.5