Het is waar dat het leven vol moeilijkheden en valstrikken zit, maar men mag nooit vergeten dat de Hemel ons niet weerloos en ongewapend naar de aarde heeft gestuurd. Integendeel, Hij heeft ons de mogelijkheden gegeven alles te trotseren. Wij zijn op aarde beland met een perfecte lichamelijke uitrusting en wapens om de materiële wereld te trotseren: een hoofd, armen, benen, een hart, een maag, vijf zintuigen, enz.

En psychisch zijn wij ook uitgerust om aan alles het hoofd te kunnen bieden: de gedachte, het gevoel, de wil en de verbeelding kunnen wij net zo gebruiken als onze ledematen en organen op fysiek vlak. Neem de gewoonte aan de zaken op die manier te bekijken, laat je vermogens niet onbenut. Want anders zullen ze van geen enkel nut zijn op de dag dat je ze werkelijk nodig hebt, omdat zij als ongebruikt en verroest gereedschap zullen zijn.

Zie ook ‘De Nieuwe Aarde – methoden, oefeningen, formules, gebeden’, verzameld werk deel 13

Vergeet nooit dat je innerlijke toestanden niet alleen van belang zijn voor jezelf, maar dat zij ook de anderen om je heen beïnvloeden. Als je onzuiver bent, vervuil je anderen door je emanaties. Je wilt goeddoen, ongetwijfeld, maar besef dat dit onmogelijk is als je niet zuiver bent. Daarmee is alles gezegd, dit is absoluut.

Als je de mensheid werkelijk wilt helpen, moet je eerst jezelf zuiveren. Zelfs als je niemand iets zegt, zelfs als je niemand ziet, draag je door je zuiverheid bij tot de zuivering van de atmosfeer, van heel de aarde. Ja, enkel door je aanwezigheid. Maar als je onzuiver bent, dat wil zeggen gemeen, onrechtvaardig, hebzuchtig of misdadig, dan draag je bij tot de vergiftiging van heel de wereld.

Zie ook ‘De Mysteriën van Jesod – grondslagen van het spirituele leven’, verzameld werk deel 7

De mens, zoals wij hem vandaag kennen, is het resultaat van een lange evolutie. De geest van de mens heeft miljoenen jaren nodig gehad om bezit te nemen van zijn stoffelijk lichaam, om neer te dalen in zijn cellen, om deze te bezielen en van hem het wezen te maken dat in staat is te denken, te voelen en te handelen. Maar terwijl hij leerde zich meer en meer op fysiek vlak te openbaren, heeft de mens het contact met de goddelijke wereld zozeer verloren, dat hij nu het bestaan ontkent van die wereld die hij zich zelfs niet meer herinnert.

Uiteraard voorzagen de plannen van de kosmische Intelligentie dat de mens zou leren werken met de materie, maar dat is gebeurd ten nadele van de spirituele kant en daarom moet hij nu opnieuw het contact met de goddelijke wereld herstellen. Aan de vooravond van het Watermantijdperk ziet men trouwens in de wereld stromingen verschijnen die in deze richting gaan. Enerzijds is het waar dat techniek en materiële vooruitgang nog altijd aan belang winnen. Maar anderzijds voelt men toch dat mensen – al is het nog onbeholpen – meer in de richting van de Inwijdingswetenschap gaan, want zij ervaren de behoefte opnieuw contact te krijgen met de onzichtbare wereld die hun oorspronkelijke vaderland is.

Zie ook ‘Subtiele centra van de mens – aura, zonnevlecht, hara, chakra’s’, Izvor 219, hst. I

Sedert de vroegste oudheid hebben Ingewijden in hun psychische en spirituele leven alle ontdekkingen gerealiseerd die de officiële wetenschap tegenwoordig op haar conto schrijft: radio, telefoon, televisie, atoomsplitsing, laser... Wetenschapsmensen zijn werkers die op aarde terugkeren, om de wetten die in de spirituele wereld bestaan, toe te passen op fysiek vlak. Alles moet immers gerealiseerd worden in de materie.                        

Daarom zijn uitvinders vaak vroegere Ingewijden, alchemisten, magiërs of kabbalisten, die als opdracht hebben alles wat zij reeds kenden en gerealiseerd hebben op spiritueel gebied, ook te realiseren in de materie. Als deze verschijnselen nog niet zouden (hebben) bestaan in de spirituele wereld, zouden zij evenmin bestaan op fysiek gebied. Want al wat beneden bestaat, stemt overeen met wat boven bestaat. En dus moet al wat boven bestaat in de wereld van de geest, beneden geconcretiseerd worden in de wereld van de materie.

Zie ook ‘Op aarde zoals in de hemel’, Synopsis II, deel II.3

Vergeet een beetje al wat jou ontbreekt. Als je de mogelijkheid hebt heel het universum met de gedachte te omhelzen en contact te hebben met alle lichtende entiteiten die er wonen, hoe kun je je dan eenzaam, hulpeloos of gekrenkt voelen? Wat heb je nog meer nodig om te begrijpen dat je rijk, zielsgelukkig bent en dat je de anderen kunt helpen?                     

Leer vrijgevig te zijn, deel je rijkdommen uit, zelfs je materiële rijkdommen als je kunt. Anders zul je altijd beven van angst ze te verliezen en op den duur zul je vergeten dat er ongelukkige en behoeftige mensen bestaan. Vooruit, deel uit! Dan zul je niet meer bang zijn bestolen te worden en tegelijkertijd zal jouw gebaar boven genoteerd worden en zul je op een dag een veelvoud ervan terugkrijgen.

Zie ook ‘U bent goden’, Synopsis I, deel II.4