Nabootsing is een aangeboren neiging van de mens. De vraag is alleen wie men wil nabootsen. Mannen en vrouwen die roem en succes hebben geoogst, die fortuin hebben gemaakt... Men weet niet wie men als voorbeeld moet nemen en men weet vooral niet hoe belangrijk die kwestie van het voorbeeld is voor het psychische leven.                              

Je hebt een vriend die je vaak ziet. Welnu, die contacten blijven niet zonder gevolg: zelfs zonder het te beseffen, ontvang je iets van zijn deugden en gebreken. Dat gaat altijd zo, het is een wet. Waarom zou je dan niet beslissen met diegene om te gaan die voor jou de meest fantastische vriend kan zijn, de zon? Door iedere dag in bewondering te staan voor haar schoonheid, haar doorzichtigheid, haar macht, voor heel het leven dat uit haar opwelt, zul je geleidelijk merken dat er grote veranderingen in jou plaatsvinden: iets begint anders te vibreren en je wordt lichter, warmer, levendiger. Als je dus een heilzame invloed wilt uitoefenen op de anderen, moet je iedere dag contact hebben met de zon, om enkele stralen, enkele deeltjes van haar te ontvangen, die jij daarna om je heen kunt verspreiden.

Zie ook ‘Op weg naar een zonnebeschaving’, Izvor 201, hst. VIII

Iemand zoekt me op en vraagt me: ‘Waarom ben ik ongelukkig? Waarom heb ik geen succes?’ Ik antwoord hem: ‘Dat komt heel eenvoudig, omdat je geen liefde hebt. – Hoezo? Geen liefde? – Luister, als je liefde zou hebben, zou niets je kunnen weerstaan, want als je liefde hebt, blijf je niet inactief zonder iets te ondernemen. – Maar ik ben ziek. – Inderdaad, omdat je geen liefde hebt. – Maar wat is het verband? – Indien je liefde zou hebben voor de gezondheid, zou deze al lang gekomen zijn. Als je ziek bent, betekent het dat je niet echt van gezondheid houdt. Dat is het antwoord.’                                                                

Wanneer je liefde hebt voor wat goed en mooi is, en dag en nacht met deze liefde leeft, zal geen enkele kracht in het universum je kunnen weerstaan. Want er gaat niets boven de liefde: het is de liefde die de wereld heeft geschapen en alle krachten gehoorzamen aan de liefde.

Zie ook ‘Spiritueel leven – 115 gouden regels’, Izvor 227 (regels 25, 96, 110, 133, 134).

Opdat mensen niet met elkaar in botsing zouden komen, is het nodig dat zij hetzelfde ideaal hebben en samen op weg gaan naar dat unieke punt, dat in het oneindige is gelegen. Tussen mensen kan alleen harmonie bestaan, als allen zich verenigen rond de idee van God-te-dienen, Zijn wegen te effenen en te werken voor de grote familie van de Universele Witte Broederschap. Zo zullen allen elkaar begrijpen en liefhebben, omdat zij een gemeenschappelijk ideaal hebben, omdat zij zullen zijn als stralen van eenzelfde cirkel, die samenkomen in het middelpunt.                                                                                        

De cirkel is het beeld van een volmaakt organisme, waarvan het hoofd het centrum is en waarvan de ledematen en organen, de stralen zijn die samenkomen in dat centrum.

Zie ook ‘Een universele filosofie – broederschap als nieuwe vorm van bewustzijn’, Izvor 206

De meeste mensen voelen er niet veel voor zichzelf te kennen, om zich te kunnen verbeteren; dat inzicht trekt hen niet aan, zij laten zich liever een rad voor de ogen draaien, om hun illusies te kunnen behouden. Zij hebben al zo’n buitengewoon idee over zichzelf, dat een Meester soms verkiest hun de waarheid niet te vertellen, want hij weet op voorhand wat hem te wachten staat, als hij zijn mond opent. Men zal hem nooit antwoorden: ‘U heeft gelijk’, maar ‘Nee, nooit van mijn leven, u vergist zich, ik bezit geen enkele van de zwakheden die u opsomt.’ In hun ogen is het natuurlijk de Meester die zich vergist, want zij zijn onberispelijk en vergissen zich nooit!...                                                                

Wat wil je dat een Meester doet tegenover dergelijke mensen? Hij dringt niet aan, hij weet dat het leven hun bepaalde lessen zal geven en hun zal leren zichzelf te kennen.

Zie ook ‘Spirituele Meesters – lichtbakens voor alle tijden’, Izvor 207, hst. II

Water is het symbool van de universele materie waaruit het universum werd geschapen. In Genesis staat dat God de wateren beneden scheidde van de wateren boven: ‘God zei: er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt. En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Hij noemde het gewelf ‘hemel.’

Die wateren van boven, die de wetenschap der Ingewijden ook ‘astraal licht’ of ‘magische factor’ noemt, stellen de oorspronkelijke oceaan voor, waarin alle schepselen baden en waarin zij hun voedsel vinden. Men kan trouwens zeggen dat het kind in de moederschoot ondergedompeld is in een vloeibaar milieu, om ons te herinneren aan die oorspronkelijke wateren. Wij leven in de kosmische onmetelijkheid, precies zoals vissen in de zee; als wij deze kosmische oceaan niet voelen, is het omdat onzuiverheden onze psychische poriën verstoppen. Daarom bestaat heel ons werk erin de inwendige kanalen te bevrijden, zodat wij gelaafd en verkwikt worden door dat spirituele water dat ons van alle kanten omringt.

Zie ook ‘De zaden van het geluk’, Izvor 231, hst. X