Je kunt veel leren door insecten te observeren. Hoe vaak heb je bijvoorbeeld al kunnen vaststellen dat insecten (vliegen, mieren, enz.) verschijnen, zodra men wat etensresten heeft laten liggen. Dankzij welke reukzin, welk zesde zintuig, slagen zij erin vanaf zo’n grote afstand de aanwezigheid van enkele kruimels te ontdekken? En als men die verwijdert, vertrekken ze weer.

Dezelfde wet geldt op psychisch gebied. Want ook daar bestaat allerhande ‘ongedierte’ dat van ver de onzuiverheden ruikt en erop afkomt, om zich te voeden. Overal, op ieder gebied is alles een soort voedsel voor de enen of voor de anderen. Boosaardige en duistere schepselen kennen evenzeer de behoefte te eten als de lichtende en hemelse schepselen. Let dus op welke entiteiten je gedachten en gevoelens zullen aantrekken in jou.

Zie ook ‘De mens verovert zijn bestemming – reïncarnatie en karma’, Izvor 202, hst. II

Het bestaan van een broederschap, van een spirituele gemeenschap, is nuttig en heilzaam om talrijke redenen, en vooral omdat zij aan mensen de beste voorwaarden biedt te veranderen en vooruit te gaan. Wanneer men alleen is, heeft men vaak niet de wilskracht zich in te spannen, om beter te worden, terwijl men in een collectiviteit gestimuleerd en aangespoord wordt, wat dus gemakkelijker is.                                                                    

Ja, het voorbeeld heeft een enorme invloed. Of het nu gaat over losbandigheid, alcohol, drugs of misdadigheid, je hebt er geen idee van hoeveel mensen dwaasheden begaan, omdat zij zich hebben laten meeslepen. Als men bijgevolg kan begrijpen dat een collectiviteit in staat is mensen mee te voeren naar het kwaad, waarom zou men dan niet inzien dat zij evenzeer in staat kan zijn hen mee te voeren naar het goede?

Zie ook ‘Een universele filosofie – broederschap als nieuwe vorm van bewustzijn’, Izvor 206, hst. VIII

Laat nooit na in te gaan tegen sommige verderfelijke neigingen of denkpatronen, want mettertijd zul je er geleidelijk de gevangene van worden. En zeg niet: ‘O! Op het gepaste moment zal ik mij wel verbeteren en de situatie rechtzetten.’ Nee, maak je geen illusies, juist op het ogenblik dat je de goede richting opnieuw wilt inslaan, zullen deze neigingen het hevigst de kop opsteken. Ja, op de dag dat men overeind wil komen, beseft men pas hoezeer men aan banden ligt. Zolang men zich niet bewust is van het feit dat men verslaafd is en zolang men niets wil ondernemen om er een eind aan te maken, voelt men zich natuurlijk geen slaaf, maar de dag dat men zich wil bevrijden, ai, ai, ai!...

Wees dus waakzaam en laat je nooit gaan met de gedachte dat je er op het gepaste ogenblik wel in zult slagen jezelf weer meester te worden. Natuurlijk, als je het echt wilt, zal het je lukken, maar met hoeveel extra moeite en leed!

Zie ook ‘De onuitputtelijke bronnen van de vreugde’, Izvor 242, hst. III en XII

Mensen zijn zodanig beïnvloed door de huidige gang van zaken, dat zij op alles kritiek beginnen te leveren, zelfs indien zij zouden terechtkomen in het Koninkrijk van God: ‘Ho, maar dat is helemaal niet zoals bij ons. Dat is niet juist... dat is niet normaal...’

Precies zoals in het verhaal van een man die deel uitmaakte van een stam, waar alle mensen slechts één oog hadden. Hij ging op reis en kwam op een dag terecht bij een volk, waar iedereen twee ogen had. Terug thuisgekomen zei hij tegen zijn volksgenoten: ‘Ik heb monsters gezien, afschuwelijke wezens: zij hadden niet één oog zoals wij, maar twee. We moeten ze aanvallen om hun tweede oog uit te rukken!’ Zo gaat het er in de wereld min of meer aan toe. Zodra een wezen blijk geeft van ongewone gaven en deugden, en de mensen dit merken, spannen zij samen tegen die persoon en zeggen ze: ‘Dat is niet normaal, dat is onnatuurlijk.’ Want de norm is die van de meerderheid. Als de meerderheid dus dierlijk is, moet men op hetzelfde niveau staan en dierlijk blijven. En als mensen bij toeval een engel of een godheid ontmoeten, bestrijden zij deze in de naam van hun eigen norm.

Zie ook ‘De mens verovert zijn bestemming – reïncarnatie en karma’, Izvor 202, hst. V

Jezus heeft gezegd in de Evangeliën: ‘U zult de Heer uw God beminnen met heel uw hart, met heel uw ziel, met heel uw verstand en met al uw kracht. Dat is het eerste gebod.’ Ik heb jullie al uitgelegd dat de kracht beantwoordt aan het gebied van de geest, want alleen de geest bezit de ware kracht. De mens moet dus God beminnen met zijn hart, zijn verstand, zijn ziel en zijn geest, dat wil zeggen met de vier principes waaruit zijn psychisch leven bestaat.

Dit gebod kan men in verband brengen met de formule van Meester Peter Deunov: ‘Het hart zo zuiver als kristal, het verstand zo lichtend als de zon, de ziel zo weids als het heelal, de geest zo machtig als God en één met God’. Dit is het hoogste ideaal dat hij ons gegeven heeft.

Zie ook ‘Ken uzelf, elementen en structuren van het psychische leven’, Izvor 222, hst. IV